Verschilt per leverancier
Waar betaal je eigenlijk voor?
Je energierekening komt van één leverancier, maar het geld gaat naar drie partijen: de leverancier die de stroom en het gas inkoopt, de netbeheerder die het naar je huis brengt, en de overheid die er belasting over heft. Alleen het deel van de leverancier verschilt als je overstapt.
Gerekend met jouw situatie
Verschilt per leverancier
Gas zelf
Hangt af van je meter
Enkele of dubbele meter
Verschilt per leverancier
Zonnepanelen en teruglevering
- Afname (of levering)
- De stroom die je van het net haalt, bijvoorbeeld 's avonds als je panelen niets opwekken. Daar betaal je voor.
- Teruglevering
- De stroom die je panelen opwekken maar die je op dat moment zelf niet gebruikt. Die gaat via je meter het net op.
- Zelf gebruikt
- Stroom van je panelen die je direct zelf gebruikt. Die komt niet op je meter en kost of levert niets op bij de leverancier; je hoeft hem alleen niet te kopen.
- Salderen (tot 1 januari 2027)
- Wat je teruglevert, wordt weggestreept tegen wat je afneemt. 2.500 kWh afname en 2.000 kWh teruglevering betekent: je betaalt voor 500 kWh.
- Overschot
- Lever je over een heel jaar méér terug dan je afneemt, dan is dat stuk het overschot. Tot 2027 krijg je daarvoor de terugleververgoeding.
- Terugleververgoeding
- Wat de leverancier je per teruggeleverde kWh betaalt. Vanaf 2027 voor álles wat je teruglevert.
- Terugleverkosten
- Wat sommige leveranciers per teruggeleverde kWh rekenen. Gaat van je vergoeding af.
- Kale stroomprijs
- De prijs per kWh zonder energiebelasting en zonder btw. De vergoeding moet tot 2030 minstens de helft daarvan zijn.
- Inclusief of exclusief energiebelasting
- Voor elke kWh die je afneemt, betaal je ook energiebelasting (in 2026 ruim 11 cent). Met salderen strepen je teruggeleverde kWh's ook die belasting weg; daarom is salderen zoveel waard. Vanaf 2027 krijg je over teruglevering geen energiebelasting terug.
De 50%-regel, simpel uitgelegd
Na het salderen krijg je voor je teruggeleverde stroom alleen nog een vergoeding van je leverancier. Zodat die niet te laag wordt, staat in de wet een ondergrens: van 2027 tot 2030 moet de vergoeding minstens de helft zijn van de kale stroomprijs. Dat is wat je per kWh voor de stroom zelf betaalt, zonder energiebelasting en zonder btw.
- Je contract zegt: stroom kost 24,2 cent per kWh (met btw, zonder energiebelasting).
- Haal de btw eraf: 24,2 ÷ 1,21 = 20 cent. Dat is de kale stroomprijs.
- De helft daarvan is 10 cent. Minder dan 10 cent per teruggeleverde kWh mag de leverancier je vanaf 2027 niet geven.
Goed om te weten:
- De regel gaat over de vergoeding. Terugleverkosten mag de leverancier daarnaast rekenen; die gaan er dus nog af.
- Duurdere stroom betekent een hogere ondergrens. Een goedkope leverancier mag dus ook een lagere vergoeding geven.
- Noemt een leverancier minder dan de helft, dan zetten we in de vergelijking een oranje ! bij die leverancier. Vaak heeft de leverancier zijn bedrag voor 2027 dan nog niet aangepast; vraag het na.
Verschilt per leverancier
Vaste leveringskosten
Voor iedereen gelijk
Netbeheer stroom
Voor iedereen gelijk
Netbeheer gas
Voor iedereen gelijk
Energiebelasting
Voor iedereen gelijk
Vermindering energiebelasting
Verschilt per leverancier
Welkomstkorting
Daarom is het goedkoopste eerste jaar niet altijd de beste keuze. Open in de vergelijking de opbouw van een leverancier en kies Vergelijk looptijden: dan zie je 1, 2 en 3 jaar en variabel naast elkaar, ook wat je na afloop betaalt en wat het je over dezelfde periode kost, met de kortingen.
Voor iedereen gelijk
Btw
Klaar?Naar de vergelijkingZie per leverancier wat elk onderdeel kost bij jouw verbruik.